Sinapis alba bloeit geel van mei tot november en bereikt een hoogte van circa 1 meter. De bloemen worden druk bezocht door bijen en vlinders en zijn dus waardevol voor bestuivers. De plant heeft zijn naam gekregen vanwege de witte zaden. Zaaien kan ter plekke in maart tot april, op een zonnige tot halfschaduw standplaats en op alle grondsoorten. Witte mosterd is een uitstekende groenbemester, maar let op: de plant is giftig voor paarden. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte of wortelrot.
Lavatera rosea – Struikmalva (Heester)
Deze bladverliezende heester bloeit roze van mei tot oktober en houdt van een zonnige, beschutte plek in goed doorlatende grond. Wordt 1,5–2 meter hoog en ca. 1,5 meter breed. Snoei in maart alle takken terug tot ca. 35 cm boven de grond; de plant bloeit op jonge scheuten. Uitgebloeide bloemen verwijderen verlengt de bloei. Bescherm wortels met een mulchlaag tegen vorst.
Trekt bijen en vlinders aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot.
Allium schoenoprasum – Bieslook (Vaste plant)
Bloeit lila van mei tot juli en wordt circa 40 cm hoog en 30 a 40 cm breed. Winterhard, niet wintergroen en houdt van een zonnige standplaats. Geschikt voor alle grondsoorten zolang deze vochtig en voedselrijk zijn. Plantdichtheid: ca. 9 stuks per m². Vermeerderen door scheuren in het voorjaar of zaaien vanaf half maart.
De paarse bloemen trekken bijen en vlinders aan.
Mogelijke ziektes: meeldauw, roest, bladvlekkenziekte of wortelrot.
Papaver rhoeas – Klaproos (1‑jarig)
Uitspraak: ROO‑e‑as
De eenjarige klaproos bloeit rood van mei tot augustus en wordt circa 70 cm hoog. Komt vaak voor langs bermen en bouwterreinen. Vermeerderen door te zaaien in herfst of vroege voorjaar, in voedselarme grond. Let op: het is een lichtkiemer, dus zaden niet bedekken. Koude temperaturen zijn nodig voor kieming.
Standplaats: zon tot halfschaduw. Het melksap is giftig voor mens en dier. De bloemen trekken bijen en andere insecten aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte of wortelrot.
Bloeit blauw van mei tot september en wordt ca. 60 cm hoog en 50 cm breed. Winterhard, niet groenblijvend en geschikt voor alle goed doorlatende grondsoorten.
Standplaats: volle zon of halfschaduw, bij voorkeur met vochtige grond of compost. Trekt bijen en vlinders aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte.
Salvia nemorosa ‘Caradonna’ – Salie (vaste plant)
Uitspraak: SAL-via ne-mo-ro-sa
Bloeit paars van mei tot augustus en wordt ca. 60 cm hoog en 40 a 50 cm breed. Winterhard, niet groenblijvend en geschikt voor zonnige tot halfschaduw standplaatsen in goed doorlatende grond. Plantdichtheid: ca. 9 stuks per m². Snoei na de bloei terug om nieuwe groei te stimuleren. Vermeerderen door te delen of te stekken in voorjaar of herfst. Trekt bijen en vlinders aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte.
Euphorbia myrsinites – Wolfsmelk (vaste plant)
Uitspraak: EU-for-bia
Bloeit geel van mei tot juli en wordt ca. 10–20 cm hoog en 30 tot 40 cm breed. Bladhoudend, goed winterhard en kalkminnend. Standplaats: volle zon, in droge, normale of stenige grond. Plantdichtheid: 7–10 stuks per m². Vermeerderen door te delen in het voorjaar of door te zaaien (traag proces). Trekt insecten aan.
Wordt 50–90 cm hoog en 30–90 cm breed. Bloeit van mei tot oktober met stervormige, meestal blauwe bloemen. Zaai in maart–april voor bloei in juni–juli, of in het najaar. Standplaats: zon tot halfschaduw, bij voorkeur licht vochtige, humusrijke en goed doorlatende grond. Trekt veel bijen en hommels aan. Bloemen en bladeren zijn eetbaar en hebben een frisse komkommersmaak. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot.
Digitalis purpurea – Vingerhoedskruid (tweejarig)
Uitspraak: DI-gi-ta-lis pur-pu-rea
Bloeit van mei tot augustus met klokvormige bloemen in roze, paars en wit. Wordt 90–180 cm hoog en staat graag in vochtige, goed doorlatende grond op een plek in halfschaduw tot volle zon. Vermeerderen door te zaaien in april–juni; bloeit pas in het tweede jaar. Let op: alle delen van de plant zijn giftig voor mens en dier.
Trekt bijen en andere insecten aan. Mogelijke ziektes: meeldauw, bladvlekkenziekte, wortelrot.
Penstemon cobaea – Penstemon (vaste plant)
Uitspraak: PEN-ste-mon co-bae-a
Wordt 60–90 cm hoog en 30–45 cm breed. Bloeit roze tot lila van mei tot juli. Groenblijvend in zachte winters.
Standplaats: zonnig, goed doorlatend en liefst wat droog. Gevoelig voor natte winters, dus zorg voor een luchtige bodem. In strenge winters kan bescherming nodig zijn.
Trekt bijen, hommels en vlinders aan. Regelmatig toppen zorgt voor een bossige groei. Plantdichtheid: 3–5 per m².
Vermeerderen door te stekken in late zomer of vroege herfst. Mogelijke ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.
Oplossingen mogelijke ziektes
Wortelrot— goed doorlatende grond, vermijd natte standplaats, aangetaste delen verwijderen vorstschade — mulchlaag of winterbescherming, snoei in voorjaar.
Meeldauw — luchtige standplaats, aangetaste bladeren verwijderen, niet bovenop blad water geven bladvlekkenziekte — aangetaste bladeren wegsnoeien, wisselteelt toepassen.