Komt voor op vochtige, voedselrijke grond. De plant bloeit met heldergele bloemen in de periode van april tot juni en wordt 20 tot 90 cm hoog en 30 tot 60 cm breed. Standplaats licht beschaduwde plekken. Aantrekkelijk voor insecten zoals het koolwitje, geaderd witje en diverse soorten bijen. Vermeerdering door te zaaien in het najaar. Mogelijke ziektes: witte roest, bladluizen, stengelboorders, wratvorming op bladeren door mijten.
Laurus nobilis – Laurier (heester)
Groenblijvende heester met crèmekleurige tot witte bloei in april-mei. Groeit het best op zonnige tot halfschaduwrijke, humusrijke en goed doorlatende grond. Kies een windvrije plek; in de volle grond is bescherming tegen koude wind nodig. Wordt 3 tot 4 meter hoog en blijft compact door snoei in april-juni. In pot: mest geven en eventueel verpotten in het voorjaar. Verdraagt tot -5 °C, maar heeft bij strengere vorst extra bescherming nodig. Vermeerderen kan eenvoudig door stekken in september. Mogelijke ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte, hagelschot, laurierluis, schildluis, of taxuskever.
Dicentra spectabilis 'Alba' is een witbloeiend gebroken hartje met een sierlijke, overhangende bloeiwijze van april tot juni. De plant wordt 60 tot 70 cm hoog en 40 tot 60 cm breed. Hij is winterhard maar verliest in de winter zijn blad. De ideale standplaats is halfschaduw, op humusrijke, vochtige en goed doorlatende grond. Per vierkante meter worden 5 tot 7 planten aanbevolen. Vermeerdering gebeurt eenvoudig door de plant te scheuren in oktober. Ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.
Aubrieta – Blauwkussen (vaste plant)
Uitspraak: au-brie-ee-ta
Aubrieta is een laagblijvende, groenblijvende en winterharde bodembedekker die bloeit in diverse kleuren van april tot juni. De plant wordt ongeveer 15 cm hoog en 30 tot 40 cm breed. Hij verlangt een zonnige standplaats en groeit het best in goed doorlatende grond met kalk, humus en zand. Na de bloei terugsnoeien bevordert herbloei. Vermeerderen kan door stekken of scheuren. Plantdichtheid: 9 stuks per m². Ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.
Meconopsis cambrica – Schijnpapaver (vaste plant)
Uitspraak: mee-ko-nop-sis kam-brie-ka
Geelbloeiende vaste plant met bloei van april tot juni, soms pas vanaf mei bij een koud voorjaar. Wordt 30 tot 40 cm hoog en 25 tot 35 cm breed. Groeit het best in halfschaduw op droge tot normale, goed doorlatende bodem. Is winterhard maar verliest zijn blad in de winter. Vermeerdering gebeurt door zaaien; de zaden hebben een koudeperiode nodig om te kiemen. Ziektes: wortelrot, meeldauw, bladvlekkenziekte.
Spiraea x cinerea 'Graciosa' – Spierstruik (heester)
Uitspraak: spi-ree-a
Witbloeiende heester met een geel hartje, bloeit rijkelijk in april-mei. Wordt 100–120 cm hoog en 80–100 cm breed. Verliest zijn blad in de winter, maar is goed winterhard. Groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in normale tot vochtige, neutrale grond. Na de bloei verschijnen bessen die vogels aantrekken. Snoei direct na de bloei terug tot 40–50 cm of een derde van de plant. Ziektes: deze heester is over het algemeen ziektevrij
Oplossingen ziektes
Witte roest:Verwijder aangetaste bladeren direct en zorg voor voldoende luchtcirculatie rond de plant. Vermijd overhead-beregening. Bij ernstige aantasting kan een biologisch schimmelbestrijdingsmiddel op basis van bijvoorbeeld zwavel of kaliumbicarbonaat worden ingezet.
Bladluizen:Spoel de plant af met een harde waterstraal of gebruik een oplossing van water met een paar druppels zachte zeep. Bij aanhoudende plaag kan je natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes inzetten of een biologisch middel op basis van pyrethrine gebruiken.
Stengelboorders:Knip en verwijder aangetaste stengels zo snel mogelijk. Houd de plant gezond en sterk door goede standplaatskeuze en voeding, zodat hij minder vatbaar is. In ernstige gevallen kan je de grond rondom de plant losmaken om larven te verwijderen.
Wratvorming op bladeren door mijten: Verwijder aangetaste bladeren en voorkom verspreiding door gereedschap schoon te houden. Bij hardnekkige aantasting kan een biologisch acaricide (mijtenbestrijder) worden toegepast.
Wortelrot: Ontstaat door te natte grond of slechte drainage. Zorg voor goed doorlatende grond en vermijd overbewatering. Verwijder aangetaste planten en verbeter de bodemstructuur.
Meeldauw:Veroorzaakt een witte, poederachtige laag op bladeren. Verwijder aangetaste delen en verbeter luchtcirculatie. Gebruik eventueel een biologisch schimmelbestrijdingsmiddel.
Bladvlekkenziekte:Geeft bruine of zwarte vlekken op bladeren. Verwijder aangetaste bladeren en voorkom verspreiding door gereedschap schoon te houden. Gebruik een preventief schimmelmiddel indien nodig.
Hagelschot:Kleine ronde gaatjes in bladeren door schimmel. Verwijder aangetaste bladeren en vermijd natte bladoppervlakken. Zorg voor droge omstandigheden en goede luchtcirculatie.
Laurierluis: Kleine insecten die sap zuigen en bladeren doen krullen. Bestrijd met een harde waterstraal, neemolie of biologische insecticide.
Schildluis:Zit vast op stengels en bladeren, zuigt sap en verzwakt de plant. Verwijder handmatig of gebruik een biologisch middel zoals paraffineolie.
Taxuskever:Larven vreten aan de wortels, volwassen kevers aan bladeren. Gebruik nematoden tegen larven en vang volwassen kevers handmatig.