Blijf zorgen voor één open plek in het ijs.
Gebruik een ijsvrijhouder of gebruik een luchtpompje.
Zo kunnen afvalgassen ontsnappen en blijft het water gezond.
Vissen blijven in winterrust.
Voeren → vervuiling → zuurstofproblemen.
Pas weer voeren als het water structureel boven 8–10°C komt.
Bij dooi: schep losse bladeren op het water weg.
Minder organisch afval = minder algen in het voorjaar.

Als het niet vriest, kun je een luchtsteentje zacht laten draaien.
Lage stand, zodat het water niet te veel afkoelt.
Februari kan nat zijn, maar ook droog.
Geen snoei.
Dode stengels laten staan: ze beschermen het water en dieren.
Tenzij je een speciale winteropstelling hebt.
Te veel stroming koelt de vijver af.
Eendenpoep = enorme voedingsbron voor algen.
Zachtjes wegsturen voorkomt problemen in maart/april.