Plantenverzorging & Tuinadvies | Plantadvies
Welke planten bloeien er in mei

Top 10 tuinplanten die bloeien in mei

Rosa lampion - Heesterroos


Rosa 'Lampion' is een compacte trosroos die van mei tot oktober bloeit met diepgele bloemen met een roodroze rand. De licht geurende bloemen trekken bijen en vlinders aan. Deze bladverliezende, winterharde heester wordt 50–80 cm hoog en staat graag in de zon of halfschaduw, in voedzame grond met compost. Geef rozenmest in het voorjaar en opnieuw in juni of juli. Snoei in maart tot 5 à 10 cm en verwijder takken die naar het hart groeien. Knip na de eerste bloei terug tot boven het eerste vijfblad. Niet snoeien bij vorst. Mogelijke ziektes: meeldauw, roest, sterroetdauw, bladluis, botrytis en bladvlekkenziekte.

Potentilla fruticosa ‘Abbotswood’ – Struikganzerik (Vaste plant)

Uitspraak: FRU-TI-KO-SA


Potentilla fruticosa ‘Abbotswood’, ook bekend als struikganzerik, is een bladverliezende, winterharde vaste plant met witte bloemen van mei tot augustus. Ze wordt ongeveer 75 cm hoog en 1,2 meter breed. De plant groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende, arme tot matig vruchtbare grond. Ze is droogtebestendig, verdraagt zeewind en is geschikt voor borders, lage hagen en vakbeplanting. Na de bloei licht terugsnoeien en oud hout verwijderen; oudere struiken kunnen beter vervangen worden. Plant 4 à 5 stuks per m². Mogelijke ziektes: bladvlekkenziekte, echte meeldauw, wortelrot of bladluizen.

Aster alpinus – Voorjaarsaster (Vaste plant)


Aster alpinus is een compacte, bladverliezende vaste plant die bloeit van mei tot juli met paarse bloemen en een geel hart. Ze wordt circa 25 cm hoog en 45 cm breed, en groeit goed op zonnige tot halfschaduwrijke plekken in droge of vochtige, goed doorlatende grond. De plant is winterhard, niet groenblijvend en trekt vlinders, hommels en bijen aan. Na de bloei uitgebloeide bloemen verwijderen. Vermeerderen kan in het voorjaar door deling of stekken. De plant leeft gemiddeld drie tot vier jaar. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Geranium sanguineum – Bloedooiervaarsbek (Bodembedekker)

Uitspraak: SAN-GWIE-NE-UM


Geranium sanguineum, of bloedooiervaarsbek, is een bladverliezende, winterharde bodembedekkende vaste plant die bloeit van mei tot augustus met donkerroze bloemen. De plant wordt ongeveer 20 cm hoog en 35 cm breed en verlangt een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats in goed doorlatende, vrij vruchtbare grond. Na de eerste bloei kan een lichte snoei een tweede bloei stimuleren. Plantdichtheid is circa 7 stuks per vierkante meter. Vermeerderen kan door ter plekke te zaaien in augustus, na een koudebehandeling van het zaad.

Mogelijke ziektes: meeldauw, roest, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Cerastium tomentosum – Hoornbloem (Vaste plant)

Uitspraak: SE-RAS-TIE-MUM


Cerastium tomentosum, of hoornbloem, is een laagblijvende, groenblijvende vaste plant die bloeit met witte bloemen in mei en juni. De plant wordt ongeveer 15 cm hoog en kan zich tot 1,5 meter breed uitbreiden. Ze groeit het best op een zonnige plek in goed doorlatende grond die licht kalkhoudend mag zijn. De zilvergrijze, viltige bladeren geven de plant een decoratief karakter. Na de bloei is terugknippen aan te raden om herbloei te stimuleren. De plant is goed winterhard en trekt bijen en vlinders aan. Vermeerderen kan eenvoudig door te scheuren. Mogelijke ziektes: wortelrot, meeldauw, stengelrot, bladvlekkenziekte.

Erigeron karvinskianus – Muurfijnstraal / Fijnstraal (Vaste plant)

Uitspraak: E-RI-GE-RON    KAR-VIN-SKI-A-NUS


Erigeron karvinskianus, ook bekend als muurfijnstraal of fijnstraal, is een laagblijvende vaste plant die bloeit van mei tot oktober met witte bloemen met een geel hart, die later naar roze verkleuren. De plant wordt ongeveer 15 cm hoog en 30 cm breed en groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende, vruchtbare grond. Ze is winterhard maar niet wintergroen en trekt veel bijen en vlinders aan. Plantdichtheid 16 stuks per vierkante meter. Vermeerderen ter plekke te zaaien in het najaar (na koudebehandeling) of door te delen. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Vicia sativa subsp. angustifolia – Smalle wikke (Eenjarige klimplant)

Uitspraak: VI-SI-A


Smalle wikke is een eenjarige klimplant met roodpaarse bloemen van mei tot augustus. Ze klimt tot circa 1 meter hoog via ranken en trekt bijen en vlinders aan. De plant groeit op lichte, goed doorlatende grond in zon of halfschaduw. Vermeerderen gebeurt via zaden in peulen. Wikke wordt ook gebruikt als groenbemester vanwege haar stikstofbindende vermogen. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, roest, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Weigela 'Nana Variegata' – Weigelia (Heester)

Uitspraak: WEI-GE-LIA


Weigela 'Nana Variegata' is een bontbladige sierheester die in mei en juni bloeit met roze bloemen. De plant wordt 120 tot 150 cm hoog en 80 tot 100 cm breed. Ze groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in neutrale, goed doorlatende en vochtige grond. Snoei alleen dode of zieke takken, of pas verjongingssnoei toe door een derde van de oude takken tot aan de grond terug te knippen. In de herfst verkleurt het blad naar oker en paars. Vermeerderen kan na de bloei door afleggen of stekken.

Geranium sanguineum striatum – Ooievaarsbek (vaste plant)

Uitspraak: SAN-GWIE-NEE-UM


Geranium sanguineum striatum is een laagblijvende, bladverliezende vaste plant die in juni en juli bloeit met lichtroze bloemen. Ze wordt 15 tot 25 cm hoog en circa 50 cm breed. De plant groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in goed doorlatende, niet te vruchtbare grond. Ze is winterhard, niet wintergroen en trekt vlinders en andere insecten aan. Na de bloei kunnen dode bladeren en bloemen worden verwijderd. Plantdichtheid is 9 tot 11 stuks per vierkante meter. Vermeerderen gebeurt door zaaien. Mogelijke ziektes: meeldauw, wortelrot, bladvlekkenziekte, bladluizen.

Spiraea nipponica 'Snowmound' – Struikspirea (Heester)

Uitspraak: SPIE-REEA     NIP-PON-IE-KA


Spiraea nipponica 'Snowmound' is een bladverliezende, winterharde sierheester die in mei en juni bloeit met witte bloemen op éénjarige takken. De plant groeit breed uit met sierlijk overhangende takken en bereikt een hoogte van 1,5 tot 2 meter en een breedte van 1 tot 2 meter. Ze gedijt op een zonnige tot halfschaduwrijke plek in vrijwel elke goed doorlatende tuingrond. Snoei na de bloei de bloeiende takken tot een derde terug. Vermeerderen kan door houtige stekken. Mogelijke ziektes: bladvlekkenziekte, meeldauw, wortelrot, bladluizen.

Roze bloeiende Rosa 'Lampion' heesterroos in volle bloei in mei, vaste plant voor zonnige tuinen.
Witte bloeiende Potentilla fruticosa ‘Abbotswood’ struikganzerik in mei, vaste plant met compacte groei.
Paarse bloeiende Aster alpinus voorjaarsaster met geel hart in mei, vaste plant voor zonrijke tuinen.
Donkerroze bloeiende Geranium sanguineum bloedooiervaarsbek in mei, bodembedekkende vaste plant
Witte bloeiende Cerastium tomentosum hoornbloem in mei, vaste plant met zilvergrijs viltig blad
Wit-roze bloeiende Erigeron karvinskianus muurfijnstraal in mei, vaste plant die bijen en vlinders aantrekt.
Roodpaarse bloeiende Vicia sativa subsp. angustifolia smalle wikke in mei, eenjarige klimplant die stikstof bindt.
Roze bloeiende Weigela 'Nana Variegata' met bont blad in mei, sierheester voor zon en halfschaduw.
Geranium sanguineum striatum - Ooievaarsbek
Witte bloeiende Spiraea nipponica 'Snowmound' struikspirea in mei, sierheester met overhangende takken

Meeldauw: Verwijder aangetaste bladeren en zorg voor voldoende luchtcirculatie. Eventueel behandelen met een schimmelwerend middel.

Roest: Knip aangetaste delen weg en voorkom nat blad door onderlangs water te geven. Gebruik indien nodig een roestbestrijder.

Sterroetdauw: Verwijder aangetaste bladeren en takken. Zorg voor een open groeiwijze en behandel met een geschikt rozenmiddel.

Bladluizen: Spoel af met water of gebruik neemolie. Lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden helpen bij bestrijding.

Botrytis (grauwe schimmel): Verwijder zieke bloemen en bladeren. Zorg voor droge omstandigheden en vermijd te dichte beplanting.

Bladvlekkenziekte: Knip aangetaste bladeren weg en verbeter de luchtcirculatie. Behandel indien nodig met een bladvlekkenbestrijder.

Wortelrot: Verwijder aangetaste wortels, verbeter drainage en geef pas water als de grond droog is.

Stengelrot: Snijd aangetaste stengeldelen weg, verbeter ventilatie en voorkom natte grond rond de plantbasis.