Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ wordt ongeveer 2 meter hoog en circa 80 tot 120 centimeter breed. De plant staat het liefst in de volle zon op goed doorlatende, humusrijke grond. Bloeit in augustus–september met zilverwitte pluimen. Het siergras is goed winterhard maar niet wintergroen. Snoei in maart–april alle dode bladeren en stengels tot circa 5 centimeter boven de grond. Vermeerderen kan in april door de pol te delen. Plant 3 tot 5 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: wortelrot. De dwarsstrepen op het blad ontstaan alleen bij voldoende zonlicht. Hoe zonniger de standplaats, hoe duidelijker en contrastrijker de gele banden zichtbaar worden.
Eurybia divaricata – Sneeuwaster (vaste plant)
Uitspraak: eu-RIE-bia di-va-ri-KA-ta
Eurybia divaricata bloeit wit in augustus–september en wordt ongeveer 60 centimeter hoog en circa 40 tot 50 centimeter breed. De plant staat graag in halfschaduw tot schaduw, op droge tot middelmatig vochtige, goed gedraineerde grond. De soort is bladverliezend, trekt veel vlinders aan en is gevoelig voor meeldauw. Op zware kleigrond kan verwelking optreden. Vermeerderen kan door te delen in het voorjaar. Mogelijke ziekten: meeldauw, verwelking. De sneeuwaster bloeit zelfs op donkere bosplekken waar veel andere asters het opgeven.
Symphyotrichum lateriflorum – Uitstaande aster
(vaste plant)
Uitspraak: sim-fie-O-tri-kum la-te-ri-FLO-rum
Symphyotrichum lateriflorum bloeit wit met een roze hart in augustus–november en wordt ongeveer 90 tot 120 centimeter hoog en circa 60 tot 90 centimeter breed. De plant is bladverliezend, winterhard en staat graag in zon tot halfschaduw, op matig vruchtbare, gemiddeld vochtige en goed doorlatende grond. Snoei in de late herfst de uitgebloeide stengels weg. Vermeerderen kan door om de drie tot vijf jaar te scheuren. Mogelijke ziekten: meeldauw, stengelbasisrot. De uitstaande aster vormt in de herfst honderden kleine sterbloemen langs de stengel, waardoor hij in natuurtuinen vaak “de sluieraster” wordt genoemd
Aster novi‑belgii – Herfstaster (vaste plant)
Uitspraak: AS-ter NO-vi BEL-gie-ie
Aster novi‑belgii wordt ongeveer 1 tot 1,20 meter hoog en circa 50 tot 70 centimeter breed. De plant bloeit violet in augustus–september, is winterhard en bladverliezend, en staat graag in zon tot halfschaduw op vochtige, goed doorlatende grond. Trekt veel vlinders en bijen aan. Om de drie jaar scheuren om te verjongen; verwijder daarbij het verhoute hart van de pol. Vermeerderen kan door te delen. Plant 12 stuks per vierkante meter. Mogelijke ziekten: meeldauw, stengelbasisrot. Openen hun bloemen sneller bij koel, helder herfstweer.
Prunus dulcis – Amandelboom (boom)
Uitspraak: PRU-nus DUL-cis
Prunus dulcis vormt steenvruchten met een harde kern en groeit het best in normale, goed verbeterde tuingrond. De standplaats is zonnig tot halfschaduw. Snoei is niet noodzakelijk, maar als er gesnoeid wordt, doe dit dan in maart–april. De boom is bladverliezend, winterhard tot circa –15 °C en komt in de volle grond beter tot zijn recht; in pot is de kans op bevriezing groter. De grond moet goed doorlaatbaar zijn om wortelrot te voorkomen. Bemesten in het voorjaar met een lichte gift. In de volle grond wordt de boom ongeveer 2,5 tot 5 meter hoog en circa 2 tot 3 meter breed. Mogelijke ziekten: monilia, bladluizen, wortelrot.
Anemone – Herfstanemoon (vaste plant)
Uitspraak: a-NEE-mo-NEE
Anemone bloeit wit, roze en purper van augustus tot de vorst invalt. De plant is niet wintergroen maar wel winterhard; alleen jonge planten beschermen tegen vorst. Hoogte 50 tot 150 centimeter en breedte circa 40 tot 60 centimeter. Vormt ondergrondse uitlopers zonder te woekeren. De standplaats is licht tot halfschaduw, in losse, humusrijke grond die niet te droog is. Plant 8 stuks per vierkante meter. Vermeerderen: wortelstek en delen/scheuren in het voorjaar. Mogelijke ziekten: meeldauw, verwelking.
Calocephalus brownii – Zilverstruikje (1‑jarig)
Uitspraak: ka-lo-SEE-fa-lus BROUW-nie
Calocephalus brownii bloeit met gele bolletjes in augustus–september en wordt 40 tot 50 centimeter hoog en circa 30 tot 40 centimeter breed. De plant komt moeilijk in bloei tenzij hij binnen wordt overwinterd. Regelmatig snoeien, behalve in de winter. De standplaats is volle zon op iets vochthoudende, goed doorlatende grond. Wintergroen maar niet winterhard. Vermeerderen: stekken of zaaien. Mogelijke ziekten: wortelrot.
Onopvallende witte bloei in juni–augustus. In de herfst springen de doosvruchten open. De standplaats is zon tot halfschaduw op vochthoudende tot vochtige, voedselrijke grond. Is wintergroen, wordt ongeveer 35 centimeter hoog en circa 40 tot 50 centimeter breed, en verdraagt temperaturen tot –25 °C. Snoei scheuten van vorig jaar in maart–april tot de helft terug en verwijder takken met volledig groene bladeren om de bonte tekening te behouden. Vermeerderen: winterstek. Mogelijke ziekten: schimmelvlekken, bladval, wortelrot.
Hibiscus syriacus ‘Oiseau Bleu’ bloeit blauw van augustus tot oktober en wordt 1,2 tot 3 meter hoog en circa 1,2 meter breed. De plant is bladverliezend en sluit de bloemen bij regen. De standplaats is zon tot halfschaduw, in goed doorlatende, humusrijke grond. Snoeien in maart wanneer de bloei vooral in de toppen ontstaat. Maandelijks bemesten tijdens het groeiseizoen. Vermeerderen:wortelstek in het najaar of zaaien in het voorjaar. Mogelijke ziekten: bladluizen, schimmelvlekken, wortelrot.
Hibiscus syriacus ‘Woodbridge’ bloeit roze van augustus tot oktober en wil een standplaats in de volle zon. De plant wordt ongeveer 2,5 meter hoog en circa 1,2 tot 1,5 meter breed. Hij is winterhard en bladverliezend. Snoeien wanneer de struik te groot wordt, bij voorkeur in het vroege voorjaar. Vermeerderen: stekken van hibiscustakken en binnenshuis laten overwinteren; zaaien in het voorjaar; wortelstek in het najaar. Mogelijke ziekten: bladluizen, schimmelvlekken, wortelrot.
Ziektes en oplossingen
Wortelrot: watergift direct verminderen, potgrond laten opdrogen, drainage verbeteren en aangetaste wortels wegsnijden tot alleen stevig wit weefsel overblijft.
Meeldauw: aangetaste delen verwijderen.
Verwelking: plant koeler en gelijkmatig vochtig houden, beschadigde delen verwijderen en stress door hitte of droogte minimaliseren.
Meeldauw:aangetaste delen verwijderen.
Stengelbasisrot:aangetaste stengeldelen ruim wegsnijden, luchtcirculatie verbeteren en de plant droger houden zodat nieuw gezond weefsel kan herstellen.
Monillia:aangetaste vruchten en takjes direct verwijderen en de plant luchtig houden zodat schimmelsporen geen kans krijgen.
Bladluizen:bladeren krachtig afspuiten met lauw water en daarna dagelijks behandelen met een zachte‑zeepoplossing tot de populatie instort. Schimmelvlekken:aangetaste bladeren verwijderen, luchtcirculatie verhogen.
Bladval:oorzaken zoals droogte, tocht of te weinig licht wegnemen en de plant stabiel en gelijkmatig verzorgen zodat nieuw blad zich kan herstellen.